Diabetes Mellitus type 2

Het doel van de diabeteszorg is het voorkomen of vertragen van complicaties, zoals hart- en vaatziekten, nefro-, retino– en neuropathie en het verminderen van eventuele klachten. Een goede regulatie van de bloedglucosewaarden, maatregelen om cardiovasculaire risicofactoren gunstig te beïnvloeden en een periodieke controle van nieren, ogen en voeten, zijn hierbij belangrijk. De medicamenteuze behandeling is daarbij complex en afhankelijk van zeer veel variabele factoren zoals het cardiovasculair risico, bestaande comorbiditeiten, eventuele contra-indicaties, wensen van de patiënt en de gewenste daling van het HbA1c. NHGDoc ondersteunt u op al deze punten en geeft adviezen die zowel zijn afgestemd het multifactoriële karakter van deze ziekte als de persoonlijke kenmerken van de patiënt. Hieronder leest u waar NHGDoc u (o.a.) in ondersteunt. Alle wijzigingen die zijn gemaakt in de module DM2 in de laatst revisie, vindt u hier.

Opsporing diabetespatiënten

Indien er een patiënt wordt aangetroffen met een indicatie voor een controle van het glucose ontvangt u een melding. Dit zijn patiënten waarbij er 2 of meer klachten passend bij diabetes in het dossier zijn gevonden of waarbij er om een andere reden een indicatie voor controle bestaat (BMI ≥ 27, DM2 in de familie, hypertensie, verhoogd risico op HVZ of bestaande vetstofwisselingsstoornis).

Ondersteuning diagnostiek

NHGDoc stelt op basis van de referentiewaarden van het glucose vast of er sprake is van een gestoorde nuchtere glucosewaarde, gestoorde glucosetolerantie of diabetes mellitus. Op basis hiervan geeft NHGDoc adviezen voor het juiste vervolgbeleid. Zo krijgt u een melding voor patiënten die na 3 maanden of na een jaar weer gecontroleerd dienen te worden.

Persoonlijk medicatie-advies

Indien de glykemische instelling onvoldoende is ontvangt u een medicatie-advies, afgestemd op de persoonlijke kenmerken van de patiënt. Zo wordt er rekening gehouden met de persoonlijke HbA1c streefwaarde, een eventueel zeer hoog risico op HVZ, de nierfunctie, bestaande contra-indicaties en intoleranties en de gewenste HbA1c daling. Ook wordt er hierbij rekening gehouden met de medicatie die de patiënt reeds gebruikt. U ziet precies welke stap van welk medicatie-stappenplan van toepassing is.

Monitoring effect medicatie

Bij onvoldoende effectiviteit van bloedglucoseverlagende medicatie 3 maanden na start van de medicatie in maximale dosering, krijgt u het advies om te wisselen van middel. Ook krijgt u bij het gebruik van een GLP1-agonist een melding indien blijkt dat de GLP1-agonist onvoldoende effect heeft op het gewicht (gewichtsverlies < 5 % na 3 maanden).

Ongewenste medicatie

U ontvangt een advies indien er een reden is om de bloedglucoseverlagende medicatie van de patiënt te wijzigen of te staken. Zoals bijvoorbeeld een verlaagde nierfunctie, bijwerkingen of bestaande contra-indicaties. NHGDoc verschilt hierin van het EVS door ondersteuning te bieden na het moment van voorschrijven.

Signalering tijdige follow-up

U ontvangt adviezen voor een tijdige follow-up voor de periodieke controles, maar ook voor patiënten met diabetes in remissie, patiënten met zwangerschapsdiabetes in de voorgeschiedenis of patiënten met PCOS.

Leefstijladviezen

Leefstijlverandering vormt de basis van de behandeling bij diabetes type 2. Daarom ontvangt u ook leefstijladviezen uit NHGDoc. Omdat alle patiënten in aanmerking komen voor leefstijladviezen kunt u deze adviezen vaak te zien krijgen. Vindt u dit vervelend, dat kunt u overwegen deze adviezen uit te zetten.

Consultatie & verwijzing

Bij een bestaande indicatie voor consultatie of verwijzing naar de specialist ontvangt u een melding.

Verdenking op MODY of LADA

U krijgt een melding uit NHGDoc indien er aanwijzingen zijn aangetroffen in het patiëntendossier om te denken aan MODY of LADA.

Aandachtspunten implementatie
  • De adviezen met betrekking tot spoedsituaties zijn niet opgenomen in NHGDoc.
  • De criteria om te bepalen of een patiënt met diabetes type 2 een zeer hoog risico op hart- en vaatziekten heeft, zijn gebaseerd op de NHG-Standaard CVRM 2019. Dit is gebaseerd op de nieuwe NHG-Standaard voor diabetes type 2 (zie tabel h7). Het verschil met het risico uit de CVRM richtlijn 2024 is dat Microvasculaire aandoeningen op ≥ 3 plaatsen niet worden meegenomen.