Fractuurpreventie
De impact van fracturen op het leven van een patiënt is groot. Vaak wordt een verhoogd fractuurrisico echter pas vastgesteld als de patiënt een fractuur heeft doorgemaakt. Hierdoor is vaak sprake van onderdiagnostiek en onderbehandeling. Preventieve behandeling van een verhoogd fractuurrisico levert echter belangrijke gezondheidswinst op. Het is daarom van belang patiënten met een verhoogd fractuurrisico goed in kaart te brengen in de huisartspraktijk.
NHGDoc ondersteunt u bij het identificeren van deze patiënten. U heeft direct in beeld tot welke risicogroep uw patiënt behoort en wat de volgende stappen zijn om te nemen op het gebied van aanvullend onderzoek, medicamenteuze behandeling, follow-up en/of verwijzing. Daarnaast attendeert NHGDoc u op zaken die wellicht aan uw aandacht kunnen ontsnappen zoals:
- Valrisicoverhogende medicatie in geval van een verhoogd valrisico;
- Indicatie voor evaluatie van fractuurpreventie na 5 en 10 jaar bisfosfonaatgebruik of na 3 jaar denosumabgebruik;
- Continuïteit van denosumab injecties; en
- Aanwijzingen voor een mogelijke (zeldzame) bijwerking van de gebruikte medicatie.
Hieronder leest u waar NHGDoc u (o.a.) in ondersteunt:
Identificatie risicogroepen fractuurpreventie
NHGDoc helpt u bepalen of uw patiënt behoort tot 1 van de 3 risicogroepen met een verhoogd risico op fracturen. U ziet in welke risicogroep de patiënt valt en op welke informatie uit het patiënt dossier dit gebaseerd is.
Automatische berekening risicoscore fractuurrisico
NHGDoc berekent automatisch de uitkomst van de scorelijst van risicofactoren voor het fractuurrisico voor u. Als er informatie in het patiëntendossier ontbreekt voor het berekenen van deze risicoscore, krijgt u een advies om de betreffende informatie aan te vullen.
Medicatieadviezen
NHGDoc geeft adviezen over aanbevolen medicatie in het kader van fractuurpreventie. Ook attendeert NHGDoc u op achteruitgang van de nierfunctie bij gebruik van een bisfosfonaat. Bij het gebruik van denosumab injecties helpt NHGDoc u de continuïteit van de behandeling te waarborgen.
Adviezen over aanvullend onderzoek
NHGDoc geeft op basis van de patiëntkenmerken in het dossier aan of en welk aanvullend onderzoek is geïndiceerd: een DXA/VFA en/of aanvullend labonderzoek.
Signalering op indicaties voor verwijzing
NHGDoc geeft een melding indien er een indicatie is voor verwijzing naar de tweede lijn. Dit kan bijvoorbeeld zijn bij een indicatie voor multifactoriële valrisicobeoordeling, nabehandeling met bisfosfonaat na stoppen denosumab of voor verder onderzoek naar osteomalacie.
Adviezen over follow-up
NHGDoc attendeert u na 5 en na 10 jaar gebruik van bisfosfonaten en helpt u de behandeling voor fractuurpreventie te evalueren. Bij het gebruik van denosumab gebeurt dit na 3 jaar.
Signalering op bijwerkingen
NHGDoc helpt u eventuele (zeldzame) bijwerkingen van de medicatie voor fractuurpreventie op te sporen.
Aandachtspunten implementatie
- Patiënten met een andere fractuur dan een wervelfractuur worden veelal in het ziekenhuis behandeld. In dat geval is de medisch specialist verantwoordelijk voor de inventarisatie van het fractuurrisico. Bij deze patiënten geeft NHGDoc géén adviezen af m.b.t. fractuurpreventie. Wenst u wel adviezen uit NHGDoc: vul dan huisarts in bij hoofdbehandelaar osteoporose/fractuurpreventie.
- Zonder uitslag van zowel een DXA als een VFA kan NHGDoc een behandel- en/of verwijsindicatie niet altijd met zekerheid vaststellen. U krijgt daarom in sommige gevallen een melding uit NHGDoc om de uitslag van de DXA/VFA vast te leggen of om zelf de mogelijke behandel- of verwijsindicatie na te gaan.
- NHGDoc kan het aantal wervelfracturen niet aflezen uit de diagnostische bepaling Vertebral Fracture Assessment (VFA). Als het aantal wervelfracturen voor uw patiënt relevant is om het vervolgbeleid te bepalen, wordt u door NHGDoc erop geattendeerd om dit zelf na te gaan.