Schildklier
Een uitgesproken klachtenbeeld met klassieke symptomen van een schildklierfunctiestoornis komt in de praktijk zelden voor. De symptomen zijn vaak aspecifiek, waardoor het herkennen van een dergelijke aandoening uitdagend kan zijn. NHGDoc ondersteunt u bij deze lastige diagnostiek en biedt gerichte adviezen voor het te volgen beleid zodra er sprake is van een (subklinische) schildklieraandoening. Hieronder leest u waar NHGDoc u (o.a.) in ondersteunt:
Ondersteuning bij diagnostiek
NHGDoc ondersteunt in de diagnostiek door omstandigheden te signaleren die de kans op een schildklierprobleem vergroten, zoals een auto-immuunziekte in de voorgeschiedenis, gebruik van lithium- of jodiumhoudende medicatie of het syndroom van Down. Daarbij wordt gekeken naar klachten die kunnen wijzen op een schildklierprobleem. In dit geval krijgt u een melding om een schildklieraandoening te overwegen. Ook wijst NHGDoc op de mogelijkheid van postpartumthyreoïditis bij hypothyreoïdie in de postpartumperiode.
Medicatie adviezen bij hypothyreoïdie
NHGDoc adviseert over de juiste dosering levothyroxine bij recent vastgestelde hypothyreoïdie, afgestemd op eventuele cardiale comorbiditeit. De startdosering wordt berekend op basis van het gewicht van de patiënt en de beschikbare tabletsterktes. Daarnaast signaleert NHGDoc mogelijke tekenen van over- of onderdosering en geeft beleidssuggesties bij een medicamenteus veroorzaakte hypothyreoïdie. Omdat een (proef)behandeling bij subklinische hypothyreoïdie niet langer wordt aanbevolen, ontvangt u een melding om deze te staken.
Adviezen bij zwangerschap
In het geval van zwangerschap bij een reeds bestaande schildklieraandoening, wordt u zo nodig herinnerd aan bepaling van TSH en fT4. NHGDoc maakt onderscheid tussen schildklieraandoeningen die reeds bestonden voor de zwangerschap, en schildklieraandoeningen die tijdens de zwangerschap zijn ontstaan. Het te volgen beleid kan hiermee veranderen van een TSH-bepaling in een verwijzing naar de tweede lijn. Ook krijgt u advies over het aanpassen van de dosering levothyroxine tijdens en na de zwangerschap.
Signalering tijdige follow-up
NHGDoc geeft in het geval van een (subklinische) schildklieraandoening advies over follow-up door een melding af te geven om TSH en fT4 te bepalen als de follow-up termijn is verstreken. In het geval van een subklinische hyperthyreoïdie wordt u daarnaast zo nodig herinnerd aan het bepalen van het hartritme en de TSH-R-antistoffen.
Signalering op indicaties voor consultatie of verwijzing
NHGDoc geeft een melding indien er een indicatie bestaat voor verwijzing of consultatie van de internist-endocrinoloog. Bijvoorbeeld bij een subklinische hyperthyreoïdie met een TSH onder een specifieke grenswaarde of een subklinische hypothyreoïdie en een kinderwens.
Aandachtspunten implementatie
- In de herziene richtlijn wordt geadviseerd om bij de interpretatie van TSH en vrij T4 (fT4) uit te gaan van de referentie-intervallen zoals aangegeven door het laboratorium. Omdat NHGDoc deze referentie-intervallen momenteel nog niet ontvangt, zijn de regels voor het stellen van een diagnose op basis van TSH- en fT4-uitslagen verwijderd. Er wordt gewerkt aan een oplossing om ook deze laboratoriumspecifieke referentiewaarden te kunnen ontvangen